Een Japanse Spits, waarom?

Al jaren kijk ik om naar alle honden die voorbij lopen. Of het nou een Kooikerhondje, een Chihuahua of een Labrador is, ik kijk. Ik kijk altijd, omdat honden zo hun eigen trekjes hebben. Honden hebben allemaal aparte karaktereigenschappen en zo zijn er duizenden rassen. Toen wij wisten dat wij voor een assistentiehond zouden kunnen gaan, keken wij ook rond. We praatten erover. We keken rond. En bovendien stelden we eisen aan wat wij belangrijk vonden voor onze hond.

Na heel wat zoekwerk, wist Wietse eigenlijk wel al dat hij géén grote hond wilde. Labrador vond hij bijvoorbeeld al groot. Hoewel je bij een assistentiehond wel meteen denkt aan een Labrador of een Golden Retriever, is het zo leuk dat je bij Bultersmekke Assistancedogs ook hele andere rassen kunt gebruiken. Zo zie je onder deze naam een Corgi Welsh rondlopen, een Whippet, een Tibetaanse Terriër. Allemaal rassen waar je niet snel aan denkt als het gaat om een assistentiehond/hulphond. Zo komen wij ook bij onze Japanse Spits.

Een midden-formaat hondje. Een mooie leuke vacht, zo wilde Wietse bijvoorbeeld absoluut geen krullenvacht zoals poedels hebben. We vinden het belangrijk dat het een slimme hond zou zijn, omdat onze hond veel taken aangeleerd zal krijgen. Een intelligente hond is dan erg prettig, omdat je dan de basis snel aangeleerd kunt krijgen. Aandacht hebben voor het baasje is ook erg belangrijk, omdat een assistentiehond veelal 1-op-1 met het baasje werkt. Het is dan prettig dat ze meer aandacht voor mij zal hebben dan voor de gebeurtenissen om zich heen.

Als we kijken naar Nala, dan hebben we het getroffen! Wel hebben we ons misschien wel vergist in de alertheid die Japanse Spitsen kunnen laten zien. Sommige momenten waren zo heftig geweest, dat ik het gevoel had dat ik faalde. Ik faalde in mijn keuze. Ik faalde in mijn training. Maar het was geen falen. We hebben zelfs een moment gehad waarop we hebben gezegd dat we haar misschien moesten loslaten. Zo heftig was het. Het was echt een ontzettend moeilijke periode. Maar iedere keer probeerde ik ook weer te kijken wat ze wel goed deed. En eigenlijk deed Nala in 90% van de gevallen het perfect. Ze liet zien dat ze het begreep. Ze liet merken dat ze het kon (en kan!). Die 10% overheerste haar. Die 10% gaf mij een schaduw van hier tot Tokyo. Uiteindelijk hebben we, vol hartengeluk en tranen, ontdekt dat we ook daarin haar kunnen helpen haar rust te vinden in huis. Er zijn dus veel momenten geweest waarop ik het gevoel had te falen met haar, maar als we dan weer samen oefenen merk ik ook hoeveel zij juist mij al helpt. Ze ziet me. Ze hoort me. Ze voelt me. Ze beweegt me.

Ze is een puber. In mei wordt ze twee en ik kan me niet meer voorstellen hoe wij een thuis hadden zonder haar. Ondanks al haar schaduw welke mij (ons) hebben overheerst. Ze is er. En samen komen we er, want doordat we hebben kunnen ontdekken hoe we haar in haar alertheid kunnen begeleiden, kunnen wij Nala ook helpen zoals zij mij helpt. Dit is hoe een team hoort te zijn. Dit is hoe een team is. Nala en ik. Met Wietse als steuntje in de rug. Samen doen we dit. Samen rocken we dit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2022 © Sproetjespost