Sinds ik al een klein meisje was, kwam ik erachter dat het soms zo ontzettend fijn was geweest als ik gewoon een horend meisje was. Zonder beperkingen, zonder belemmeringen. Geen hoortoestellen moeten of hoeven dragen (of tegenwoordig een cochleair implantaat en een hoortoestel). Ja. Soms baal ik dat ik doof ben en dat mag ik van mezelf.

Trots op het stukje wat ik met me meedraag

Voordat ik verder ga wil ik wel even zeggen dat ik wel heel trots ben op het feit dat ik deel kan en mag uitmaken van de dovenwereld. Het is een stukje wat ik met me meedraag, ik gebruik nog steeds gebarentaal en dat is nog altijd mijn allereerste moedertaal. Ik ben blij dat ik me kan uiten in mijn taal, dat de mensen in mijn omgeving ook snappen waarom gebarentaal zo belangrijk is voor mij. Het is niet voor niets dat mijn vriend nu druk aan het oefenen is, om zo steeds makkelijker met mij te kunnen communiceren in mijn taal. Daar ben ik trots op, want ik weet dat een taal aanleren niet makkelijk is. Maar hij doet het mooi wel (en ik weet dat hij dit ook leest: je bent een topper!).

Jaloers

Ondanks mijn trots moet ik bekennen dat ik het af en toe (heel) erg moeilijk heb met het feit dat ik doof ben. Ik wil gewoon alles kunnen volgen, zonder dat ik iedere keer om herhaling of vertaling moet vragen. Ik wil niet altijd iemand zijn ‘die iets heeft’ en dus ‘anders’ is. Horend zijn, dat is wat ik soms zo verschrikkelijk graag wil. Gewoon horend. Geen moeite hoeven doen om te kunnen communiceren. Geen apparaten hoeven te gebruiken, net als de meerderheid van de wereld. Horend. Dan ben ik gewoon stikjaloers en dan wenste ik dat er een pilletje bestond dat me horend kon maken.

Eerlijk is eerlijk. Als er echt zo’n pilletje op de markt was, had ik denk ik niet eens getwijfeld of ik die wel zou willen nemen of niet. Dan had ik hem genomen. Zodat het leven net wat makkelijker wordt. Het leven wat ik nu heb is op zich ook wel makkelijk. Alleen… ik moet me iedere keer aanpassen of de ander moet aan mij aanpassen. Dat is iets waar ik soms best wel mee zit. En dat mag iedereen heus wel weten.

Het eerste weekend van maart kakte ik weer eens in: ik was verdrietig, ik was boos en nog meer emoties deden een rondje achtbaan door mijn hoofd. Als ik maar horend kon worden! Na een goed gesprek met Wietse en met mijn moeder ben ik wel weer tot bedaren gekomen en kan ik er weer tegenaan. Samen komen we er echt wel. Samen. Ik hoef het namelijk niet alleen te doen.